ECLI:NL:CRVB:2018:3631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag aanvullende inkomensvoorziening ouderen wegens overschrijding vermogensgrens
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) op grond van de Participatiewet. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees deze aanvraag af vanwege overschrijding van de vermogensgrens, waarbij het vermogen werd vastgesteld op basis van de waarde van een woning in Turkije.
De woning werd getaxeerd op €23.186,- en na aftrek van schulden resteerde een vermogen van €16.774,53, wat hoger is dan het vrij te laten bedrag van €5.850,-. Appellant voerde aan dat de woning onverkoopbaar was en dat de waarde door koersdalingen van de Turkse Lira was gedaald, maar slaagde er niet in dit met objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk te maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de term 'beschikken' in de Participatiewet betekent dat de betrokkene feitelijk over het vermogen moet kunnen beschikken om in noodzakelijke kosten te voorzien. Het enkele feit dat de woning te koop stond en een bordje 'te koop' had, volstond niet om de onverkoopbaarheid aan te tonen.
Ook de stelling van waardedaling door koersschommelingen werd verworpen omdat appellant geen concrete feiten of omstandigheden had aangevoerd die een lagere waarde in de te beoordelen periode aannemelijk maakten. De aanvraag werd daarom terecht afgewezen en het hoger beroep slaagde niet.
Uitkomst: De aanvraag voor een aanvullende inkomensvoorziening ouderen is afgewezen wegens overschrijding van de vermogensgrens en onvoldoende bewijs van waardedaling of onverkoopbaarheid van de woning.