ECLI:NL:CRVB:2018:3630
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over hoogte WGA-loonaanvullingsuitkering zonder wijziging wegens geen excessief ziekteverzuim
Appellante is sinds 2009 medisch behandeld voor een meningeoom en heeft zich in 2012 ziek gemeld met epileptiforme klachten. Het UWV heeft haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld en haar recht op een WGA-loonaanvullingsuitkering toegekend. Na een herbeoordeling in 2015 heeft het UWV geconcludeerd dat de hoogte van de uitkering niet wijzigt, ondanks een gewijzigde mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank heeft het bezwaar van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard en geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat geen sprake was van excessief ziekteverzuim. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte medische gegevens van Duitse artsen niet heeft meegewogen en dat haar ziekteverzuim als gevolg van aanvallen excessief is.
De Raad heeft overwogen dat het ziekteverzuim van circa 23,25% niet leidt tot de conclusie dat tewerkstelling in redelijkheid niet van een werkgever kan worden verlangd. De aard van de functies waarop de arbeidsdeskundige zijn berekening baseerde is eenvoudig en niet persoonsgebonden, waardoor vervanging eenvoudig is. Ook de kosten van ziekteverzuim zijn beperkt volgens de Ziektewet.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de hoogte van de WGA-loonaanvullingsuitkering blijft ongewijzigd.