ECLI:NL:CRVB:2018:3623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na beoordeling beperkingen psychische klachten
Appellante, laatstelijk administratief medewerkster, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en ontving een ZW-uitkering. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde haar ziekengeld.
De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende medische grondslag, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de functies passend waren. In hoger beroep betoogde appellante dat haar psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen en bracht een nieuw deskundigenrapport in.
De Raad volgde de rechtbank en het UWV. Het rapport van de door de rechtbank ingeschakelde deskundige was overtuigend en uitgebreid gemotiveerd, en het nieuwe rapport van appellante gaf geen aanleiding tot twijfel. De functies waarop de beoordeling was gebaseerd, zijn medisch geschikt bevonden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de ZW-uitkering terecht heeft beëindigd.