ECLI:NL:CRVB:2018:362
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Opschorting WIA-uitkering wegens weigering diagnostische opname in aangewezen ziekenhuis
Verzoekster, werkzaam geweest als secretaresse, ontvangt sinds 2011 een WIA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na een verslechtering van haar gezondheidstoestand in 2015 vraagt zij een IVA-uitkering aan. Het UWV laat een psychiatrische expertise uitvoeren, maar kan geen oordeel vellen vanwege het mutistische gedrag van verzoekster tijdens het onderzoek.
Het UWV stelt daarom een diagnostische opname in het door hen aangewezen ziekenhuis voor, waaraan verzoekster verplicht is mee te werken. Verzoekster verschijnt niet bij twee geplande opnames, waarna het UWV de uitkering opschort. De rechtbank verklaart het beroep van verzoekster ongegrond.
In hoger beroep betwist verzoekster niet langer de noodzaak van de opname, maar weigert zij deze in het aangewezen ziekenhuis te ondergaan vanwege afstand en gebrek aan vertrouwen. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster geen medische gronden heeft aangevoerd om de opname in het aangewezen ziekenhuis te weigeren en dat de afstand geen onredelijke last vormt.
Daarom is het opschorten van de uitkering door het UWV terecht en wordt het hoger beroep afgewezen. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen; de opschorting van de WIA-uitkering blijft gehandhaafd.