ECLI:NL:CRVB:2018:3616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bij toekenning individuele inkomenstoeslag zonder bijzondere omstandigheden
Appellant diende op 22 februari 2016 een aanvraag in voor een individuele inkomenstoeslag over de jaren 2015 en 2016. Het college kende deze toeslag toe vanaf de aanvraagdatum, maar weigerde terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2015 vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij niet op de hoogte was van de verkorting van de referteperiode naar 36 maanden en dat het college hem hierover actief had moeten informeren, wat volgens hem een bijzondere omstandigheid vormde.
De Centrale Raad van Beroep verwierp dit verweer. Volgens vaste rechtspraak leidt onbekendheid met regelgeving of gebrek aan voorlichting door het college niet tot bijzondere omstandigheden die terugwerkende kracht rechtvaardigen. Het college had appellant tijdig geïnformeerd via een brief en verwees naar aanvullende informatie op de gemeentelijke website en telefonische contactmogelijkheden.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De aanvraag individuele inkomenstoeslag wordt toegekend vanaf de aanvraagdatum zonder terugwerkende kracht wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.