ECLI:NL:CRVB:2018:3593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van zorgvuldig medisch onderzoek en juiste inschatting arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Appellant, die zich sinds 2006 ziek heeft gemeld na een auto-ongeval, ontving aanvankelijk een WGA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2015 concludeerde een verzekeringsarts dat appellant geschikt was voor fysiek niet zware arbeid en dat zijn mate van arbeidsongeschiktheid 0% bedroeg. Het UWV beëindigde daarop de uitkering. Appellant maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn psychische en lichamelijke klachten onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij rekening was gehouden met de psychische problematiek zoals PTSS en chronische pijnklachten. De verzekeringsartsen hadden de beperkingen adequaat vastgesteld en gemotiveerd. Appellant overhandigde geen medische rapporten die het standpunt van het UWV onderbouwden.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten over het onderzoek en de beoordeling, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het onderzoek 65 minuten duurde, inclusief uitgebreide anamnese en lichamelijk en psychisch onderzoek. De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigde dat de beperkingen en belastbaarheid van appellant juist waren vastgesteld. De beëindiging van de WIA-uitkering werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beëindiging van de WIA-uitkering terecht is.