ECLI:NL:CRVB:2018:3578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant diende op 15 september 2016 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Leiden wees de aanvraag bij besluit van 29 december 2016 af, omdat appellant de gevraagde bankafschriften en looninformatie niet had verstrekt. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 4 april 2017 ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond, omdat appellant onvoldoende duidelijkheid had gegeven over zijn financiële situatie en de wijze waarop hij in zijn levensonderhoud voorzag. Appellant had verklaard voor meerdere werkgevers te hebben gewerkt, maar geen contracten, loonstroken of andere bewijsstukken overgelegd. Ook over zijn inschrijving bij de Kamer van Koophandel en zijn werkzaamheden als freelancer verstrekte hij geen nadere informatie.
In hoger beroep betoogde appellant dat de door het college gevraagde gegevens niet noodzakelijk waren voor het vaststellen van het recht op bijstand. De Raad oordeelde echter dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat deze gegevens van belang waren en dat hij de inlichtingenverplichting had geschonden door deze niet te verstrekken. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde, en was de afwijzing van de aanvraag terecht. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag is afgewezen vanwege het niet verstrekken van alle relevante financiële gegevens.