ECLI:NL:CRVB:2018:3566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op arbeidsondersteuning op grond van Wajong 2010 wegens voldoende belastbaarheid
Appellante heeft op 13 januari 2014 een aanvraag ingediend voor arbeids- en inkomensondersteuning op grond van de Wajong 2010. Het UWV heeft bij besluit van 18 maart 2014 vastgesteld dat zij geen recht heeft op arbeidsondersteuning omdat zij meer dan 75% van het wettelijk jeugdminimumloon kan verdienen. Dit besluit is bij bezwaar en beroep gehandhaafd door de rechtbank en vervolgens door de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met rapporten die haar beperkingen, waaronder een licht verstandelijke handicap en psychosociale stressfactoren, onderschatten. Een onafhankelijk deskundige heeft echter vastgesteld dat de beperkingen niet verder reiken dan opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 10 februari 2014.
De deskundige heeft het onderzoek zorgvuldig en consistent gemotiveerd en heeft zich kunnen verenigen met de FML. De door appellante ingebrachte aanvullende medische informatie gaf geen aanleiding tot een ander oordeel. Het UWV heeft voldoende gemotiveerd dat de voor appellante geselecteerde functies aansluiten bij haar belastbaarheid.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de eerdere uitspraak dat appellante geen recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van de Wajong 2010. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.