ECLI:NL:CRVB:2018:3553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als reserve machinevoerder, viel in 2008 uit vanwege psychische en later ook fysieke klachten. Zij ontving van 2010 tot 2015 een WIA-uitkering. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat zij per 29 juni 2015 minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor het recht op uitkering verviel.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen waren onderschat en dat de Quickscan onvoldoende aandacht gaf aan haar psychische klachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de Quickscan slechts beschrijvend was zonder feitelijke bevindingen. Er waren geen nieuwe medische gegevens die een ander oordeel rechtvaardigden. De arbeidskundige beoordeling was eveneens juist. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de intrekking van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WIA-uitkering per 29 juni 2015 wordt bevestigd omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.