ECLI:NL:CRVB:2018:3548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellant, laatstelijk werkzaam als filmoperateur, meldde zich ziek met lichamelijke en concentratieklachten terwijl hij een Werkloosheidswetuitkering ontving. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant met ingang van 6 maart 2015 geen recht meer had op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek en de geschiktheid van de geselecteerde functies voor appellant onderschreef. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische klachten hem verhinderen fulltime te werken en dat de beperkingen onderschat zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) juist en voldoende gemotiveerd zijn, mede op basis van een psychiatrische expertise. De Raad volgt de rechtbank in het oordeel dat de functies medisch passend zijn en dat appellant geen medische gegevens heeft overgelegd die tot een ander oordeel leiden.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd omdat appellant medisch geschikt is voor passende functies.