ECLI:NL:CRVB:2018:3541
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van hoger beroep wegens definitieve intrekking
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland inzake een verzoek om bijzondere bijstand. Vervolgens werd het hoger beroep door haar gemachtigde bevoegd en zonder voorbehoud ingetrokken. Later verzocht dezelfde gemachtigde om de intrekking ongedaan te maken, stellende dat een vergissing had plaatsgevonden bij de intrekking van het verkeerde hoger beroep.
De Raad overwoog dat intrekking van hoger beroep na afloop van de termijn niet ongedaan kan worden gemaakt, tenzij sprake is van onbevoegdheid of een wilsgebrek zoals dwang, dwaling of bedrog. Omdat de intrekking bevoegd en zonder wilsgebrek was gedaan en geen herroeping binnen de termijn plaatsvond, kon de intrekking niet worden teruggedraaid.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 november 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard vanwege een geldige en definitieve intrekking.