Uitspraak
17.3241 PW
OVERWEGINGEN
e-mailbericht van 13 januari 2016 heeft appellante hierop gereageerd, maar niet de gevraagde bankafschriften overgelegd.
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en werd verzocht om bankafschriften van haar betaal- en spaarrekeningen te overleggen. Hoewel zij enkele stukken aanleverde, verstrekte zij niet de gevraagde afschriften van haar internetspaarrekening binnen de gestelde termijn.
Het college stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht omdat de aanvraag onvolledig was. Appellante voerde aan dat zij de bankafschriften niet kon overleggen omdat deze niet geprint konden worden van haar internetspaarrekening, wat zij onderbouwde met een document van de Rabobank.
De Raad oordeelde echter dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet over de bankafschriften kon beschikken, mede omdat het overgelegde bewijsstuk incompleet was en niet uitsloot dat de bankafschriften op verzoek wel verstrekt konden worden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet overleggen van de gevraagde bankafschriften.