ECLI:NL:CRVB:2018:3497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig allround medewerker/lasser, viel uit wegens fysieke klachten en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV stelde vast dat hij op de peildatum minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, ondanks medische stukken die extra beperkingen suggereerden.
In hoger beroep werd een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige benoemd, die concludeerde dat er geen indicatie was voor meer beperkingen dan in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 3 mei 2016 was opgenomen. De Raad volgde dit oordeel, omdat het deskundigenrapport zorgvuldig, inzichtelijk en consistent was en alle relevante medische gegevens betrok.
De Raad onderschreef dat de voorbeeldfuncties passend waren en geen overschrijding van de belastbaarheid van appellant opleverden. Ook werd bevestigd dat de beperkingen voor beroepsmatig autorijden correct waren verwerkt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.