Uitspraak
18.3645 WSF
20 maart 2018, 17/3732 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van 6 september 2017, maar deed dit op 25 oktober 2017, na afloop van de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant geen verschoonbare omstandigheden had aangevoerd voor de termijnoverschrijding.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn recht op verdediging was geschaad door de afwijzing van zijn verzoek tot uitstel van de zitting en dat de zaak ten onrechte niet inhoudelijk was behandeld. Ook stelde hij dat de minister zich niet aan beslistermijnen had gehouden en dat hij eerst advies had ingewonnen bij de Nationale Ombudsman.
De Raad oordeelde dat het afwijzen van het uitstelverzoek geen schending van het recht op verdediging betekende, dat appellant voldoende tijd had om beroep in te stellen binnen de termijn, en dat het inwinnen van advies bij de Ombudsman voor zijn eigen risico was. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn zonder verschoonbare omstandigheden.