ECLI:NL:CRVB:2018:3431
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- W.H. Bel
- F.H.R.M. Robbers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor schoolkosten vanwege passend kindgebonden budget
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de verplichte eigen bijdrage van de werkweek van haar dochter in het schooljaar 2015/2016. Het college van burgemeester en wethouders van Almere wees deze aanvraag af, stellende dat het kindgebonden budget op grond van de Wet kindgebonden budget (Wet kgb) een passende en toereikende voorliggende voorziening is.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante voerde aan dat het kindgebonden budget niet toereikend en passend is. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 15, eerste lid, van de Participatiewet geen recht op bijstand bestaat indien een passende en toereikende voorliggende voorziening beschikbaar is.
De Raad verwijst naar vaste rechtspraak waarin de basistoelage van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos) als passende en toereikende voorziening werd aangemerkt. Sinds de afschaffing van de Wtos per 1 augustus 2015 geldt het kindgebonden budget als vervangende voorziening. De Raad oordeelt dat het feit dat het kindgebonden budget niet alle schoolkosten dekt, niet leidt tot recht op bijzondere bijstand.
De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.