ECLI:NL:CRVB:2018:3429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.H. Bangma
- K.J. Kraan
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim van politieambtenaar
Appellant, werkzaam als hoofd van een afdeling binnen de Nederlandse Politie, werd in 2013 buiten functie gesteld in verband met een strafrechtelijk onderzoek naar mogelijke corruptie. Na een intern onderzoek legde de korpschef hem in 2014 een voorwaardelijk ontslag op wegens plichtsverzuim, gerelateerd aan het privégebruik van voertuigen en goederen van een leverancier.
Later volgde een strafrechtelijke vervolging wegens ambtelijke corruptie en bezit van een verboden werpster. Naar aanleiding daarvan startte de korpschef een nieuw intern onderzoek, dat leidde tot het opleggen van onvoorwaardelijk ontslag in 2016 wegens zeer ernstig plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim bestond onder meer uit het kopen van een auto onder de marktwaarde, het verkrijgen van aanzienlijke kortingen op onderhoud en reparaties, het aannemen van goederen en het misleiden tijdens verhoren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond, waarbij zij het plichtsverzuim onder enkele punten bevestigde en het ontslag proportioneel achtte. In hoger beroep voerde appellant aan dat de straf onevenredig was, onder meer omdat de kortingen en voordelen niet uitzonderlijk waren en hij niet actief om deze had gevraagd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat een politieambtenaar zich niet gevoelig mag tonen voor dergelijke voordelen vanwege zijn functie en dat het vertrouwen ernstig is geschonden. De Raad bevestigde het ontslagbesluit en verwierp het hoger beroep, waarbij ook de lange staat van dienst en persoonlijke omstandigheden geen ander oordeel rechtvaardigden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het onvoorwaardelijk ontslag wordt bevestigd.