ECLI:NL:CRVB:2018:3409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV inzake arbeidsongeschiktheid en Wajong-uitkering ondanks betwisting beperkingen
Appellant, geboren in 1984 en lijdend aan psoriasis en artritis psoriatica, vroeg een Wajong-uitkering aan. Het UWV stelde beperkingen vast en kende hem een uitkering toe per 7 januari 2013. Appellant maakte bezwaar tegen de vastgestelde arbeidsmogelijkheden, stellende dat hij geen duurzaam benutbare mogelijkheden had. Na onderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep werd een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld met minder beperkingen dan appellant wenste.
Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond en trok de inkomensondersteuning in. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en voerde aan dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld. Het UWV handhaafde het besluit, stellende dat appellant onvoldoende diploma’s had om een hoger maatmaninkomen toe te passen.
De Raad schakelde een reumatoloog in, maar appellant weigerde mee te werken aan onderzoek. Vervolgens werd een verzekeringsarts benoemd die concludeerde dat de FML van 25 april 2013 een juiste weergave was van de beperkingen. Er waren geen aanwijzingen voor psychische of meer fysieke beperkingen. De twijfel werd niet in het voordeel van appellant uitgelegd. De Raad oordeelde dat de medische grondslag en motivering van het bestreden besluit voldoende en draagkrachtig zijn, en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en verklaart het beroep van appellant ongegrond.