ECLI:NL:CRVB:2018:34
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, werkzaam geweest als inpakker van bloembollen, ontving sinds 1999 een WAO-uitkering wegens psychische klachten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%.
In 2014 vond een herbeoordeling plaats waarbij een verzekeringsarts en een psychiater betrokken waren. De psychiater stelde geen depressieve of psychiatrische stoornis vast. De verzekeringsarts hield rekening met preventieve factoren en stelde een Functionele Mogelijkhedenlijst op, waarna een arbeidsdeskundige de arbeidsongeschiktheid op 23,42% vaststelde.
Het UWV besloot de uitkering per 3 mei 2015 te verlagen naar 15-25%. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat de psychiater niet deskundig was. De rechtbank wees het beroep af, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de functies passend waren.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, waaronder twijfel aan de deskundigheid van de psychiater en de belastbaarheid van het onderzoek. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV, oordeelde dat het rapport van de psychiater zorgvuldig en gemotiveerd was, en verwierp de stellingen over willekeur en onzorgvuldigheid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de verlaging van de WAO-uitkering en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering naar 15-25% en wijst het hoger beroep af.