ECLI:NL:CRVB:2018:3389
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens ondoorzichtige financiële situatie door gebruik bankrekening broer
Appellant ontving aanvullende bijstand op grond van de Participatiewet. Na het vertrek van zijn partner woonde hij bij zijn broer en diens vriendin, waarbij de bijstand werd vastgesteld op basis van de kostendelersnorm voor drie personen. Het college van burgemeester en wethouders van Achtkarspelen voerde een onderzoek uit naar de rechtmatigheid van de bijstand en verzocht appellant om bankafschriften vanaf het moment dat hij bij zijn broer ging wonen.
Appellant gebruikte de bankrekening van zijn broer, wat leidde tot een ondoorzichtige financiële situatie. Het college trok de bijstand met ingang van 12 november 2015 in en vorderde de kosten van bijstand over de periode tot en met 30 april 2016 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn recht op bijstand wel kon worden vastgesteld omdat hij geen andere bankrekeningen gebruikte dan die van zijn broer, en dat de terugvordering onredelijk was gezien de beperkte inkomsten op de rekening. De Raad oordeelde dat de ondoorzichtige situatie het recht op bijstand niet kon vaststellen en dat een redelijkheidstoets niet aan de orde was. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd wegens ondoorzichtige financiële situatie door gebruik van de bankrekening van de broer.