ECLI:NL:CRVB:2018:3370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onduidelijke woonsituatie na verblijf buitenland
Appellant ontving bijstand en vertrok in augustus 2015 naar Turkije met het doel zich daar te vestigen. Na terugkeer in december 2015 vroeg hij de bijstand te herstellen en gaf een adres van zijn nicht op als verblijfplaats. Tijdens een huisbezoek bleek zijn woonsituatie onduidelijk: hij sliep in een kinderkamer zonder eigen sleutel en had slechts een koffer met persoonlijke spullen.
Het college trok de bijstand in vanwege het langdurig verblijf in het buitenland en weigerde later de aanvraag voor nieuwe bijstand omdat appellant geen duidelijkheid gaf over zijn hoofdverblijf. De rechtbank bevestigde deze afwijzing met het oordeel dat appellant niet had aangetoond dat zijn situatie was gewijzigd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het toetsingskader van gewijzigde omstandigheden niet van toepassing was omdat de intrekking was gebaseerd op een wettelijke uitsluitingsgrond. De Raad stelde vast dat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn woon- en leefsituatie, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over het hoofdverblijf van appellant.