ECLI:NL:CRVB:2018:3359
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlies recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante was verkoopmedewerkster en meldde zich ziek met psychische klachten. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) concludeerde een verzekeringsarts dat zij belastbaar was met beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidsdeskundige selecteerde geschikte functies en berekende dat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waarop het UWV het recht op ziekengeld beëindigde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig en goed gemotiveerd was en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen, vooral op sociaal en persoonlijk functioneren, onderschat waren en dat zij de geselecteerde functies niet kon verrichten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV voldoende gemotiveerd heeft dat de functies medisch geschikt zijn en dat de verzekeringsartsen de beperkingen adequaat hebben vastgesteld en onderbouwd. Psychische klachten zijn onderzocht en geverifieerd, fysieke klachten zoals rugklachten werden niet bevestigd door medisch onderzoek. Nieuwe medische informatie na de datum in geding kan niet worden meegewogen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verlies van het recht op ziekengeld bevestigd.