ECLI:NL:CRVB:2018:3345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loongerelateerde WGA-uitkering bij 37% arbeidsongeschiktheid na CVA en conversiestoornis
Appellant, werkzaam als heftruckchauffeur/orderpicker, meldde zich in november 2012 ziek vanwege lichamelijke klachten na een recidief cerebrovasculaire aandoening (CVA). Een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek leidde tot vaststelling van beperkingen en een arbeidsongeschiktheid van 37%, waarop het UWV een loongerelateerde WGA-uitkering toekende.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zijn klachten, waaronder uitvalsverschijnselen aan linkerarm en -been, psychische en longklachten, onvoldoende in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waren verwerkt. De verzekeringsarts bezwaar en beroep handhaafde het oordeel, mede op basis van een conversiestoornisdiagnose en behandeling door een psycholoog die de uitvalsverschijnselen vrijwel deed verdwijnen.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar zonder nieuwe medische onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV, bevestigde de FML en de arbeidskundige beoordeling, en verwierp het hoger beroep.
De Raad concludeerde dat de functies binnen de belastbaarheid van appellant vallen en dat er geen reden is om het besluit te wijzigen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering met 37% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.