ECLI:NL:CRVB:2018:3343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig machineoperator, vroeg een WIA-uitkering aan wegens psychische klachten sinds januari 2011. Het UWV stelde vast dat hij op 18 januari 2013 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De medische beoordeling was gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, die beperkingen vaststelden maar ook mogelijkheden voor passend werk met structuur en zonder overbelasting.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat zijn psychische klachten ernstiger waren dan erkend en dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen en de duurzaamheid daarvan. De verzekeringsartsen hebben echter de medische gegevens, waaronder informatie van psychiaters, psychologen en neurologen, zorgvuldig betrokken en de beperkingen in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) vastgelegd en aangescherpt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische beoordeling zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is. De Raad onderschrijft dat appellant niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en dat de geselecteerde functies passend zijn. De rechtbank en het UWV hebben terecht het beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.