ECLI:NL:CRVB:2018:3334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit bevestigd
Appellant was werkzaam als koerier en meldde zich ziek met cardiale en hyperventilatieklachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat appellant met beperkingen volgens een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) nog 100% van zijn maatmaninkomen kon verdienen via andere functies. Daarom werd zijn ZW-uitkering per 14 februari 2015 beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek en de functieselectie voldoende waren gemotiveerd. Appellants bezwaar dat zijn psychische beperkingen en medicijngebruik (Notrilen) onvoldoende waren meegewogen, werd verworpen vanwege het ontbreken van klachten en medische rapportages die dit ondersteunden.
In hoger beroep herhaalde appellant deze gronden, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de beoordeling van de rechtbank. De geselecteerde functies overschrijden medisch gezien de belastbaarheid niet en zijn passend volgens de arbeidsdeskundige. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de ZW-uitkering terecht heeft beëindigd omdat appellant geschikt is voor passende functies.