ECLI:NL:CRVB:2018:3330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld op grond van onvoldoende medische onderbouwing bevestigd
Appellant was werkzaam als ijzervlechter en meldde zich ziek met lage rugklachten na een auto-ongeval. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek vast dat appellant per 10 november 2015 geschikt was voor zijn arbeid en beëindigde de Ziekengelduitkering. Appellant maakte bezwaar en beroep, maar het UWV verklaarde dit ongegrond.
De rechtbank bevestigde het besluit, stellende dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren en geen objectieve beperkingen waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische beoordeling onzorgvuldig was en verwees naar een psychische aandoening die niet was meegewogen.
De Raad oordeelde dat de beperkingen op juiste wijze waren onderzocht en dat de medische stukken die appellant aanvoerde betrekking hadden op een latere datum dan de peildatum. Er was geen medische onderbouwing dat appellant op de peildatum niet in staat was zijn arbeid te verrichten. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de Ziekengelduitkering terecht heeft beëindigd wegens onvoldoende medische grondslag voor arbeidsongeschiktheid op de peildatum.