Uitspraak
16.6043 PW, 16/6775 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en meldde een verblijf in Suriname vanwege de begrafenis van haar moeder. Hoewel zij aanvankelijk aangaf maximaal vier weken in het buitenland te verblijven, bleek dat zij langer dan toegestaan wegbleef. Het college trok de bijstand over de periode van 12 tot en met 26 augustus 2015 in en vorderde de ten onrechte ontvangen bijstand terug.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde. Appellante voerde aan dat sprake was van overmacht en dat het college had moeten afzien van intrekking wegens zeer dringende redenen, zoals opgenomen in artikel 16 van Pro de Participatiewet. Zij onderbouwde dit met verklaringen van de uitvaartonderneming, reisorganisatie en familie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een acute noodsituatie die rechtvaardigt dat het college afziet van intrekking. De overschrijding van de maximale verblijfsduur was derhalve terecht en de terugvordering bleef in stand. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van bijstand en terugvordering wegens overschrijding van de maximale verblijfsduur in het buitenland wordt bevestigd.