ECLI:NL:CRVB:2018:3254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens gebrek aan inzicht in financiële middelen na hennepkwekerij
Appellant ontving bijstand vanaf november 2012, maar deze werd ingetrokken per 15 juli 2015 wegens het niet melden van exploitatie van een hennepkwekerij in zijn woning. Na een nieuwe aanvraag in januari 2016 weigerde het college de bijstand omdat appellant geen inzicht gaf in de inkomsten of het vermogen uit de hennepkwekerij. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel inzicht had gegeven en in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. De Raad oordeelde echter dat appellant geen objectieve, verifieerbare gegevens had overlegd, zoals een boekhouding, en dat zijn stellingen over schulden en leningen onvoldoende waren onderbouwd. Ook was een verklaring van een geldschieter achteraf opgesteld en niet op het aanvraagformulier gemeld.
Hierdoor kon het college het recht op bijstand niet vaststellen en was de afwijzing terecht. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag is terecht afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellant.