ECLI:NL:CRVB:2018:3200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging WIA-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante was laatstelijk werkzaam als verkoopster en meldde zich ziek wegens fysieke klachten. Na een WIA-uitkering vastgesteld op 100% arbeidsongeschiktheid, maakte de werkgever bezwaar tegen het besluit om de uitkering om te zetten zonder medisch en arbeidskundig onderzoek. Het UWV voerde alsnog onderzoek uit en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 0%, waarop de uitkering werd beëindigd.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel degelijk arbeidsongeschikt is vanwege rugklachten, fibromyalgie en artrose, en dat de beperkingen onjuist waren vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek aan de zorgvuldigheidseisen voldeed, dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat de door appellante overgelegde aanvullende stukken geen aanleiding gaven tot twijfel. Ook was er geen sprake van een onrechtvaardig proces. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WIA-uitkering wordt beëindigd wegens vaststelling van 0% arbeidsongeschiktheid.