ECLI:NL:CRVB:2018:3159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek alimentatie-inhouding bijstand
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om herziening van het besluit waarbij over de maanden februari tot en met mei 2015 door hem ontvangen alimentatie op zijn bijstandsuitkering is ingehouden. Hij wilde de ingehouden bedragen alsnog uitbetaald krijgen.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dat er geen reden was om tot herziening over te gaan. Hoewel de alimentatie achteraf onverschuldigd bleek te zijn betaald en er sprake zou zijn van een afdwingbare terugbetalingsverplichting, had appellant destijds wel over deze middelen kunnen beschikken en heeft hij deze ook daadwerkelijk ontvangen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en wijst het verzoek tot herziening af. De beslissing is in het openbaar uitgesproken en gebaseerd op de overwegingen dat het feit dat de alimentatie later terugbetaald moet worden, niet leidt tot vernietiging van het eerdere besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van het besluit tot inhouding van alimentatie op de bijstand.