ECLI:NL:CRVB:2018:3152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning van vijf uur hulp bij het huishouden op grond van Wmo 2015
Appellant, met chronische psychiatrische problematiek, rugklachten en spraakproblemen, is door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam op grond van de Wmo 2015 in aanmerking gebracht voor vijf uur per week hulp bij het huishouden in de vorm van een persoonsgebonden budget. Na een nieuwe aanvraag en bezwaar tegen het besluit, heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard, stellende dat het Indicatieadviesbureau Amsterdam een actueel onderzoek heeft uitgevoerd en dat vijf uur hulp voldoende is.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat meer uren hulp nodig zijn en geen motivatie gaf voor toepassing van de hardheidsclausule uit de Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015. In hoger beroep heeft appellant dezelfde gronden herhaald zonder nieuwe argumenten.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd waarom het college de hardheidsclausule had moeten toepassen. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep wordt verworpen en toekenning van vijf uur hulp bij het huishouden bevestigd.