Uitspraak
OVERWEGINGEN
23 februari 2015 dat heeft geleid tot de uitspraak van de Raad van 9 december 2016. Om die reden is geen sprake van een nieuw feit in de zin van artikel 8:119 van Pro de Awb. De brief van
Centrale Raad van Beroep
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 9 december 2016, waarin haar recht op een WIA-uitkering werd beëindigd. Zij stelde dat stukken die zij naar haar advocaat had gestuurd mogelijk niet waren aangekomen vanwege diefstal van post, en dat er onvoldoende rekening was gehouden met medische beperkingen zoals tinnitus en draaiduizeligheid.
De Raad overwoog dat de gestelde diefstal van post slechts een mogelijkheid is en niet als een feit in de zin van artikel 8:119 Awb Pro kan worden aangemerkt. Ook was de brief van de KNO-arts uit 2015 reeds bij de eerdere procedure gevoegd en de brief uit 2017 was na de uitspraak gedateerd, waardoor deze geen grond voor herziening vormde.
De Raad benadrukte dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren zonder nieuwe feiten of omstandigheden. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten werd het verzoek om herziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WIA-uitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.