Uitspraak
16.6418 ZW
OVERWEGINGEN
4.4. De rechtbank wordt ook gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de EZWb ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek met klachten aan het linkeroor en hoofdpijn. Het UWV kende hem ziekengeld toe op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast en een arbeidsdeskundige selecteerde geschikte functies waarmee appellant nog ruim 84% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Op basis hiervan beëindigde het UWV de ZW-uitkering.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat zijn medische beperkingen niet juist waren vastgesteld en dat hij de geselecteerde functies niet kon verrichten, mede vanwege psychische klachten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de beperkingen juist waren vastgesteld, mede gelet op medische rapporten en het postoperatieve patroon na een operatie.
De Raad oordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de functies medisch geschikt waren voor appellant en dat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De ZW-uitkering is terecht beëindigd omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen met de vastgestelde beperkingen.