ECLI:NL:CRVB:2018:3051
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken toename beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak
Appellant, die sinds 1995 arbeidsongeschikt is, vroeg in 2014 een WAO-uitkering aan wegens verslechtering van zijn gezondheid sinds 2005. Het Uwv weigerde deze uitkering omdat de toename van arbeidsongeschiktheid niet uit dezelfde ziekteoorzaak zou voortkomen als de eerdere beoordeling in 2003, waarop de uitkering werd geweigerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische informatie geen aanleiding gaf om te twijfelen aan de conclusie dat de psychische klachten pas vanaf 2006 bestonden en dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar na de eerdere weigering.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij al vóór 2003 klachten had die verband hielden met schizofrenie, maar de Raad oordeelde dat het Uwv overtuigend had aangetoond dat de beperkingen vanaf 2005 uit een andere oorzaak voortkwamen dan de eerdere weigering. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 oktober 2018.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van toename van beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar.