ECLI:NL:CRVB:2018:3017
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV tot beëindiging recht op ziekengeld na eerstejaars Ziektewet-beoordeling
Appellant, werkzaam als beveiligingsbeambte, meldde zich ziek in 2012 wegens systemische mastocytose. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) in februari 2015 oordeelde het UWV dat appellant geschikt was voor meerdere functies, waaronder wikkelaar, en stelde het UWV het recht op ziekengeld per 9 februari 2015 stop.
Appellant betwistte dit en voerde aan dat zijn medische toestand, waaronder regelmatige pijnaanvallen en psychische klachten, onvoldoende was meegewogen. Een door de Raad benoemde deskundige concludeerde echter dat de pijnklachten niet direct verband hielden met de mastocytose en dat appellant geschikt was voor de functie van wikkelaar, die weinig stress kent.
De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat het UWV geen onjuist beeld had van de medische toestand van appellant. Latere ziekmeldingen konden het oordeel niet wijzigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot beëindiging van het recht op ziekengeld per 9 februari 2015 bevestigd.