ECLI:NL:CRVB:2018:2999
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende financiële informatie
Appellante diende op 30 november 2015 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het college verzocht herhaaldelijk om aanvullende financiële gegevens, waaronder bankafschriften van haar Marokkaanse bankrekening en een gekoppelde tussenrekening, maar appellante leverde deze niet volledig aan.
Het college wees de aanvraag op 19 februari 2016 af wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, omdat appellante niet voldoende inzicht had gegeven in de financiële situatie, met name over de bankrekening die op naam van de bank stond maar waarvan zij begunstigde was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat sprake was van een misverstand over de tussenrekening, maar de Raad volgde de rechtbank in haar oordeel dat appellante niet aan haar informatieverplichtingen had voldaan. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en bleef het besluit tot afwijzing in stand.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.