ECLI:NL:CRVB:2018:2990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich op 15 april 2015 ziek met psychische en lichamelijke klachten. Haar dienstverband eindigde op 17 mei 2015. Het UWV kende haar ziekengeld toe, maar verklaarde dit per 10 november 2015 te beëindigen na een medisch onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de artsen voldoende rekening hadden gehouden met haar klachten. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet in staat was haar werk te verrichten vanwege spier-, gewrichts- en psychische klachten, en dat onvoldoende medisch onderzoek had plaatsgevonden.
De Centrale Raad van Beroep volgde echter de rechtbank en oordeelde dat het standpunt dat appellante per 10 november 2015 geschikt was voor haar werk voldoende was onderbouwd. Nieuwe medische stukken brachten geen ander oordeel mee. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellante per 10 november 2015 geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.