ECLI:NL:CRVB:2018:2973
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening niet-ontvankelijk wegens onredelijke termijnoverschrijding
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van uitspraken van 27 september 2012, waarin zijn ontslag en het besluit omtrent het invaliditeitspensioen werden bevestigd.
Het verzoek tot herziening is gebaseerd op de stelling dat een medisch document niet was meegenomen in de eerdere procedures en twijfel bestaat over de authenticiteit van de destijds ingebrachte documenten.
De Raad oordeelt dat het verzoek om herziening moet worden beoordeeld op grond van de oude wettelijke regeling (artikel 8:88 Awb Pro in samenhang met artikel 21 Beroepswet Pro). Volgens vaste rechtspraak moet een verzoek om herziening binnen een redelijke termijn worden ingediend, doorgaans binnen een jaar na bekendwording van de nieuwe feiten of omstandigheden.
Omdat verzoeker niet heeft gesteld of bewezen dat hij minder dan een jaar voor het verzoek bekend werd met de nieuwe gegevens en de uitspraak van 2012 meer dan een jaar voor het verzoek dateert, is het verzoek onredelijk laat ingediend.
Daarom verklaart de Raad het verzoek om herziening niet-ontvankelijk en ziet af van inhoudelijke behandeling. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijnoverschrijding.