ECLI:NL:CRVB:2018:2959

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 augustus 2018
Publicatiedatum
27 september 2018
Zaaknummer
17/6557 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Participatiewet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugvordering bijzondere bijstand bewindvoering

Appellant had bezwaar gemaakt tegen de terugvordering van €222,58 bijzondere bijstand voor kosten van bewindvoering over de periode mei tot en met juni 2016. Het college had bij besluit van 6 januari 2017 de aflossingscapaciteit van appellant op nihil gesteld en de terugvordering bevestigd.

De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het bezwaar tegen de terugvordering niet-ontvankelijk, omdat de vermelding van de terugvordering in het besluit van 6 januari 2017 slechts een feitelijke mededeling betrof en geen besluit met rechtsgevolg. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.

De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor een ander oordeel. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De beslissing is in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de terugvordering van bijzondere bijstand is terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

17.6557 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 25 augustus 2017, 17/1049 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (college)
Datum uitspraak: 28 augustus 2018
Zitting heeft: M. Schoneveld
Griffier: J. Tuit
Appellant is in persoon verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door
drs. N.M.H.A. van Hirtum.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Bij besluit van 6 januari 2017 heeft het college aan appellant medegedeeld dat een
bedrag van € 225,58 openstaat onder verwijzing naar de terugvordering bij het
besluit van 12 augustus 2016 van op grond van de Participatiewet verstrekte bijzondere
bijstand voor de kosten van bewindvoering. Vervolgens heeft het college bij besluit van
6 januari 2017 de op dat moment bestaande aflossingscapaciteit van appellant op nihil
vastgesteld.
2. Het gaat in hoger beroep om beantwoording van de vraag of de rechtbank bij de
aangevallen uitspraak terecht heeft geoordeeld dat het college bij het besluit van
21 februari 2017 (bestreden besluit) op goede gronden het bezwaar tegen het besluit van
6 januari 2017 niet-ontvankelijk heeft verklaard.
3. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dat oordeel berust. Bij het besluit van 12 augustus 2016 heeft het college de bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering over de periode van 1 mei 2016 tot en met 30 juni 2016 ingetrokken en de over die periode gemaakte kosten van bijstand teruggevorderd tot een bedrag van € 222,58, welk besluit in rechte is komen vast te staan. Het bezwaar van appellant richtte zich enkel tegen de in het besluit van 6 januari 2017 vermelde terugvordering van
€ 222,58. Deze vermelding is, zo heeft de rechtbank met juistheid overwogen, niet op rechtsgevolg gericht en is enkel een mededeling van feitelijk aard met betrekking tot de eerdere terugvordering op grond van het besluit van 12 augustus 2016.
4. In wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, ziet de Raad geen aanleiding voor
een ander oordeel. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(get.) J. Tuit (get.) M. Schoneveld

LO