ECLI:NL:CRVB:2018:2943

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 september 2018
Publicatiedatum
26 september 2018
Zaaknummer
17-7086 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkheid wegens niet betalen griffierecht

Verzoeker heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin zijn verzoek om herziening niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.

Tijdens de zitting is gebleken dat verzoeker geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aantonen dat hij niet in verzuim was met betrekking tot de betaling van het griffierecht. Verzoeker gaf aan dat familie in Nederland was gevraagd het griffierecht te betalen, maar heeft geen oplossing gevonden om het griffierecht zelf te voldoen.

De Raad oordeelt dat het aan verzoeker was om binnen de gestelde termijn het griffierecht te voldoen of vrijstelling te verzoeken. Omdat dit niet is gebeurd, is het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet.

Uitkomst: Het verzet van verzoeker wordt ongegrond verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 7 september 2018
17/7086 WAO -V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, in verbinding met artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 juni 2017, 15/7475
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats], Marokko (verzoeker)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Zitting heeft: H.C.P. Venema
Griffier: C.A.E. Bon
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, in verbinding met
artikel 8:119 van Pro de van de Algemene wet bestuursrecht van 28 februari 2018 heeft de Raad het verzoek om herziening van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft verzoeker, voor zover hier van belang, te kennen gegeven dat hij familie in Nederland heeft verzocht het griffierecht te betalen. Verzoeker heeft in een aanvullend verzetschrift gesteld dat hij geen oplossing heeft gevonden om het griffierecht te voldoen. De Raad is van oordeel dat verzoeker in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Indien verzoeker problemen heeft ondervonden met het betalen van het griffierecht, had het op zijn weg gelegen binnen de geboden termijn om het griffierecht te voldoen om vrijstelling te verzoeken.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) C.A.E. Bon (getekend) H.C.P. Venema

JL

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale) déclare le recours non fondé.
Par conséquent, décidée par H.C.P. Venema en présence de C.A.E. Bon en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 7 septembre 2018.