ECLI:NL:CRVB:2018:2943
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkheid wegens niet betalen griffierecht
Verzoeker heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin zijn verzoek om herziening niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.
Tijdens de zitting is gebleken dat verzoeker geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aantonen dat hij niet in verzuim was met betrekking tot de betaling van het griffierecht. Verzoeker gaf aan dat familie in Nederland was gevraagd het griffierecht te betalen, maar heeft geen oplossing gevonden om het griffierecht zelf te voldoen.
De Raad oordeelt dat het aan verzoeker was om binnen de gestelde termijn het griffierecht te voldoen of vrijstelling te verzoeken. Omdat dit niet is gebeurd, is het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet.
Uitkomst: Het verzet van verzoeker wordt ongegrond verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.