ECLI:NL:CRVB:2018:2861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen zonder verschoonbare termijnoverschrijding
Appellant ontvangt sinds 2003 bijstand en kreeg bij besluit van 21 december 2015 de bijstand herzien en teruggevorderd wegens niet gemelde inkomsten van zijn moeder. Hij maakte op 2 februari 2016 bezwaar, maar het college verklaarde dit niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
Appellant stelde dat hij door vakantie en zorg voor zijn moeder pas op 4 januari 2016 kennis nam van het besluit en daarom pas later bezwaar kon maken. De Raad oordeelde dat de termijn startte op 22 december 2015, de dag na bekendmaking, en eindigde op 1 februari 2016. Appellant had voldoende tijd om bezwaar te maken en had maatregelen moeten treffen om tijdig bezwaar te kunnen maken tijdens zijn afwezigheid.
De Raad vond geen reden om de termijnoverschrijding te verontschuldigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk wegens niet tijdige indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding.