ECLI:NL:CRVB:2018:2845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen uitkeringsspecificatie wegens ontbreken rechtsgevolg
Appellant ontvangt sinds 2003 bijstand en kreeg over de periode februari tot mei 2015 giften van zijn moeder die niet waren gemeld. Het college verrekende deze giften via inhoudingen op de bijstand van augustus tot december 2015. Appellant maakte bezwaar tegen de uitkeringsspecificatie van oktober 2015, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat deze specificatie geen besluit met rechtsgevolg zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Volgens vaste jurisprudentie is alleen het eerste besluit tot verrekening een besluit met rechtsgevolg waartegen bezwaar mogelijk is. Herhalingen in latere specificaties zijn dat niet. Appellant kon dus alleen tegen de eerste verrekening bezwaar maken, maar had dit niet gedaan.
Appellant voerde aan dat het ging om belastingvrije giften en dat de beslagvrije voet niet was gerespecteerd, maar deze gronden konden niet inhoudelijk worden behandeld omdat het bezwaar niet-ontvankelijk was. Ook de mededeling van een medewerker over bezwaar maken tegen elke specificatie werd niet aannemelijk geacht. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de uitkeringsspecificatie wordt bevestigd.