ECLI:NL:CRVB:2018:2832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor functie machinebediende inpakmachine
Appellante maakte bezwaar tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering per 1 maart 2015. De verzekeringsartsen stelden vast dat zij niet geschikt was voor haar eigen werk, maar wel voor een andere functie, namelijk machinebediende inpak/verpakkingsmachine, zonder verhoogd persoonlijk risico. Appellante betwistte de geschiktheid voor deze functie vanwege het risico van beknelling van de vingers door medicijngebruik.
De rechtbank Rotterdam voerde een arbeidskundig onderzoek uit en overlegde met verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. Uit hun rapportage bleek dat het medicijngebruik van appellante (oxazepam en temazepam) geen belemmering vormde voor het veilig uitvoeren van de functie, mede omdat zij deze medicijnen al langere tijd gebruikte zonder cognitieve beperkingen.
Appellante herhaalde in hoger beroep haar bezwaren zonder nieuwe medische informatie te overleggen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de motieven van de rechtbank en concludeerde dat de uitkering terecht was beëindigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is terecht per 1 maart 2015 beëindigd omdat zij geschikt is voor de functie machinebediende inpak/verpakkingsmachine.