ECLI:NL:CRVB:2018:2736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing IOAW-uitkering wegens ontbrekende vertaling Franstalige documenten
Appellant, die jarenlang in Zwitserland heeft gewerkt en op 30 november 2016 naar Nederland terugkeerde, vroeg op 17 februari 2017 een IOAW-uitkering aan. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af omdat de Franstalige documenten van de Zwitserse werkloosheidsuitkering niet vertaald waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat appellant zorg moest dragen voor een vertaling.
In hoger beroep betoogde appellant dat het ontbreken van een vertaling niet de reden van afwijzing mocht zijn en dat uit de documenten bleek dat hij aan de voorwaarden voor een IOAW-uitkering voldeed. De Raad oordeelde dat op grond van EU Verordening 883/2004 documenten in een officiële taal van een andere lidstaat niet mogen worden afgewezen vanwege het ontbreken van een vertaling.
Verder bleek uit de Zwitserse uitkeringsspecificatie dat appellant de maximale werkloosheidsuitkering van 400 dagen had genoten, wat hem tot de kring van rechthebbenden van de IOAW maakt. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit en droeg het dagelijks bestuur op binnen twaalf weken een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de IOAW-uitkering wordt vernietigd.