ECLI:NL:CRVB:2018:2674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, die sinds 2004 arbeidsongeschikt is vanwege lichamelijke klachten, kreeg in 2007 een WGA-uitkering toegekend. Na een herbeoordeling in 2014 concludeerde een verzekeringsarts dat zijn beperkingen minder ernstig waren dan eerder aangenomen. Het UWV beëindigde daarom in 2015 de uitkering, omdat appellant met passend werk meer dan 65% van zijn oude loon kan verdienen.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat zijn beperkingen, mede door medicijngebruik en afkeuring voor militaire dienst, onderschat waren. De rechtbank oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de arbeidskundige beoordeling correct was.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank. De Raad vond dat het UWV voldoende had onderbouwd dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn en dat er geen aanleiding was voor een onafhankelijk deskundigenonderzoek. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de WGA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.