ECLI:NL:CRVB:2018:2662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging loonaanvullingsuitkering op grond van gewijzigde arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante viel sinds 2009 uit voor haar werk en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering die later werd omgezet in een loonaanvullingsuitkering (LAU). Na een melding van verslechtering van haar gezondheid werd haar arbeidsongeschiktheidspercentage aangepast, waarna het UWV de LAU-uitkering beëindigde omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg.
Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en stelde dat de herbeoordeling stress veroorzaakte die haar psychische klachten verergerde, maar zij bracht geen nieuwe medische gegevens in.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen juist waren en dat appellante's stellingen onvoldoende waren onderbouwd. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de loonaanvullingsuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.