Uitspraak
20 februari 2017, 16/241 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam bij de politie als lokaal beheerder en belast met het programmeren van C2000-communicatiemiddelen in brandweervoertuigen, is op 27 mei 2017 tijdens het werk uit een brandweervoertuig gevallen. Hij verzocht de korpschef dit ongeval als dienstongeval aan te merken, wat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het in- en uitklimmen van brandweerauto’s geen verhoogd risico op letsel inhoudt en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die dat risico verhoogden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er wel degelijk druk was om de werkzaamheden binnen een dag af te ronden en dat hij vanwege zijn rugklachten geen aangepaste werkzaamheden kon verrichten. De korpschef betwistte deze stellingen. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een verhoogd risico door de aard van de werkzaamheden of de omstandigheden waaronder deze werden verricht.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde dat het ongeval niet in overwegende mate is veroorzaakt door de aard van de werkzaamheden of bijzondere omstandigheden. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het ongeval wordt niet aangemerkt als dienstongeval en het hoger beroep wordt afgewezen.