ECLI:NL:CRVB:2018:2622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering A1-verklaring en niet-verzekering AOW wegens woonplaats in Frankrijk
Appellanten, een echtpaar en zakenpartners, hadden hun vaste woonruimte in Nederland opgegeven en woonden in een camper en een woning in Frankrijk. Zij voerden werkzaamheden als zelfstandigen uit in Frankrijk en Nederland. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees hun aanvraag voor een A1-verklaring af en achtte hen niet verzekerd voor de AOW over de periode 2008-2015.
De rechtbank verklaarde hun beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij in Nederland woonden en hun levensbelangen daar lagen, maar de Raad stelde vast dat zij hun gewone centrum van belangen in Frankrijk hadden. Dit oordeel baseerde de Raad op vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie EU en de feiten dat appellanten sinds 2008 hun woning in Nederland hadden opgegeven, hun activiteiten vooral in Frankrijk plaatsvonden en zij zich in een grensoverschrijdende situatie bevonden.
De Raad oordeelde dat op grond van de relevante EU-verordeningen de Franse wetgeving van toepassing is en dat de verklaring van appellanten over hun Nederlandse belastingplicht niet doorslaggevend is. De Svb handelde terecht door de A1-verklaring te weigeren en hen niet als AOW-verzekerden te beschouwen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten hun woonplaats in Frankrijk hadden en daarom niet onder de Nederlandse AOW vielen en geen A1-verklaring toegewezen krijgen.