ECLI:NL:CRVB:2018:2612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek ontheffing arbeidsverplichting op basis van GGD-advies
Appellant en zijn partner ontvangen bijstand sinds april 2015. Vanwege persoonlijke omstandigheden werd appellant aanvankelijk tijdelijk ontheven van de arbeidsverplichting. Na een heronderzoek in oktober 2015 gaf appellant aan last te hebben van diverse gezondheidsproblemen, waarna het college de GGD inschakelde voor een medisch en arbeidskundig onderzoek. De GGD concludeerde dat appellant, ondanks enkele beperkingen, 40 uur per week kan werken.
Appellant verzocht het college om ontheffing van de arbeidsverplichting, maar dit verzoek werd op basis van het GGD-advies afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de gezondheidssituatie was verslechterd, onder meer door overspannenheid, en dat het GGD-advies niet actueel was.
De Raad oordeelde dat het college terecht op het GGD-advies mocht vertrouwen, dat zorgvuldig en deugdelijk was opgesteld. De vermeende verslechtering van de gezondheidstoestand was op het moment van het bestreden besluit niet vastgesteld. Een kennelijke fout in het rapport, waarbij appellant als vrouw werd aangeduid, deed hieraan niet af. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om ontheffing van de arbeidsverplichting is terecht afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.