ECLI:NL:CRVB:2018:2578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor schoolkosten wegens niet-toepasselijkheid artikel 16 Participatiewet
Appellante, een alleenstaande ouder met twee minderjarige kinderen, ontving bijstand volgens de Participatiewet en vroeg bijzondere bijstand aan voor schoolkosten van één van haar kinderen. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten niet als noodzakelijke kosten van het bestaan volgens artikel 35 PW Pro werden beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat haar schuldenlast een dringende reden vormde voor bijzondere bijstand op grond van artikel 16 PW Pro.
De Raad oordeelde dat artikel 16 PW Pro niet van toepassing is omdat appellante tot de personenkring van de Participatiewet behoort en geen situatie heeft waarin zij geen recht op bijstand heeft op grond van artikelen 13 tot en met 15 PW. Appellante deed afstand van haar beroep op artikel 35 PW Pro. Hierdoor was de afwijzing door het college terecht en werd het hoger beroep verworpen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees de aanvraag om bijzondere bijstand af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor schoolkosten wordt afgewezen omdat artikel 16 PW niet van toepassing is.