ECLI:NL:CRVB:2018:2574
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde autohandel
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd onderzocht vanwege het bezit van meerdere kentekens op zijn naam in korte periodes. Het college trok de bijstand over diverse maanden in en vorderde deze terug, omdat appellant niet had gemeld dat hij tussen juli 2013 en juli 2015 veertien kentekens op zijn naam had, waarvan tien korter dan drie maanden.
Appellant voerde aan dat het om vriendendiensten ging en dat hij geen inkomsten had uit de transacties, maar kon dit niet met controleerbare gegevens onderbouwen. De Raad oordeelde dat de omstandigheden duiden op autohandel met op geld waardeerbare transacties. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij recht had op bijstand over de betrokken perioden.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van appellant ongegrond had verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door M. Hillen namens de Centrale Raad van Beroep op 21 augustus 2018.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde autohandel wordt bevestigd.